Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

RD 30-09-2019

Putten in 1944 een dorp in rouw

De razzia van Putten, die 75 jaar geleden plaatshad, wordt op 2 oktober herdacht in het bijzijn van prinses Beatrix en staatssecretaris Blokhuis. De dramatische gebeurtenis heeft nog altijd veel impact op oude én nieuwe generaties Puttenaren. „Vergeten doe je het nooit.”
Vanuit het raam in haar woonkamer heeft Janna Muis (75) vrij zicht op het monument ”De vrouw van Putten”. Het zandstenen beeld van de rouwende vrouw herinnert aan de razzia die de Duitsers op 1 en 2 oktober 1944 hielden. De vader van Muis werd meegevoerd en overleefde de oorlog niet. Zelf had de Puttense er op dat moment geen weet van, want ze was negen maanden oud.
Dat Muis vanuit het raam uitkijkt op het monument betekent niet dat ze continu aan de tragedie denkt. „Ik sta er niet te veel bij stil. Anders heb je geen leven.”
Na de oorlog moest haar moeder haar twee kinderen alleen opvoeden. Daarnaast moest ze zelf de boerderij draaiende houden. Muis weet dat haar moeder „verschrikkelijk veel verdriet” heeft gehad over de dood van haar man. „Spreken deed ze er bijna niet over. Alleen heel soms zei ze: Had pa dit maar mee mogen maken.”

Janna Muis-Kous. Op de achtergrond de Gedachtenisruimte voor de razzia. Haar vader kreeg geen graf.
„Gestorven gevangenen werden gecremeerd en hun as werd uitgestrooid over de groentetuin.”

As uitgestrooid
Zelf begon Muis toen ze volwassen werd het gemis van haar vader steeds meer te voelen. „Vooral op de bijzondere momenten, zoals bij mijn huwelijk of bij de geboorte van mijn eerste kind. Ik wilde ook weten of ik qua karakter op hem leek.
Mijn man en ik zijn naar concentratiekamp Neuengamme gegaan, waar hij is gestorven. Een graf was er niet, want gestorven gevangenen werden gecremeerd en hun as werd uitgestrooid over de groentetuin van het kamp. Dat was jammer, maar ik ben toch blij dat ik er ben geweest.”
Muis bezoekt jaarlijks de herdenking van de razzia op 2 oktober bij het monument ”De vrouw van Putten”. „Dat vind ik belangrijk. Ook om het door te geven aan de volgende generaties. Daarom heb ik onze kinderen lid gemaakt van de Stichting Oktober 44, die de razzia onder de aandacht blijft brengen, en ben ik blij dat onze kleinkinderen op de basisschool over de razzia te horen krijgen. Dit hoort bij de geschiedenis van het dorp.”
Sober
Driekwarteeuw na dato heeft de razzia nog altijd veel impact in het Veluwse dorp. Bijna iedere Puttense familie heeft, net als Muis, een familielid verloren als gevolg van de razzia. Het verdriet over het verlies is nog altijd voelbaar bij de oudere generaties, klinkt soms door in gesprekken en is zichtbaar tijdens de jaarlijkse herdenking. Maar ook jongere generaties weten dat de geschiedenis van hun dorp en familie onlosmakelijk met het oorlogsdrama verweven is. Het herdenken van de razzia is dan ook voor alle generaties van wezenlijk belang, vindt de Stichting Oktober 44, die sinds jaar en dag de herdenkingsdienst organiseert.
Bij de 75e herdenking op 2 oktober zal prinses Beatrix aanwezig zijn. Ze spreekt met nabestaanden en woont de herdenkingsdienst in de Oude Kerk bij. Staatssecretaris Blokhuis spreekt daar en legt daarna samen met commissaris van de Koning Berends een krans bij het monument.
De herdenking is al jaren hetzelfde, zegt Gert van Dompseler, bestuurslid van Stichting Oktober 44. „Sober, stil en plechtig, en dat willen we graag zo houden.” De plaatselijke muziekvereniging speelt tijdens de ceremonie enkele liederen, waaronder Psalm 84. De bezoekers luisteren dan in stilte, ze zingen niet mee. „Vroeger konden veel mensen niet meezingen omdat ze te geëmotioneerd waren. Voor sommigen geldt dat nog steeds. Daarnaast is het op sommige momenten beter te luisteren dan te zingen”, zegt Van Dompseler.

De donkergroene Chevrolet die door de verzetsgroep werd
gebruikt bij de aanslag op het Duitse voertuig.
De aanslag was aanleiding tot de razzia

 

 



Massale belangstelling

De laatste overlevende van de razzia, Jannes Priem, is ruim zes jaar geleden overleden en de laatste ooggetuigen zijn hoogbejaard. Maar de aandacht voor de herdenking is er niet minder om geworden. Sterker nog, het aantal bezoekers lijkt alleen maar te groeien, zegt Van Dompseler. „Net na de Bevrijding in 1945 was er al een kleine herdenking met een handjevol mensen bij de Oude Kerk. De jaren daarna kwamen er steeds meer mensen bij en al in 1949 werd het monument ”De vrouw van Putten” geplaatst en door koningin Juliana onthuld. Maar lange tijd vonden veel mensen het te pijnlijk om naar de herdenking te gaan. Of ze vonden het alleen iets voor mensen die er direct bij betrokken waren. Dus bleef het aantal bezoekers beperkt.”
Dat is tegenwoordig wel anders. Er komen jaarlijks tussen de 1500 en de 3000 mensen naar de herdenking en zo veel worden er ook dit jaar weer verwacht. Van heinde en verre komen ze, want nabestaanden van de weggevoerde Puttense mannen wonen allang niet meer allemaal in het dorp. Daarnaast kwam een aantal weggevoerde mannen uit omringende dorpen als Nijkerk en Ermelo of waren het evacués elders uit het land die tijdelijk in Putten woonden. Ook van hen komen er nabestaanden naar de herdenking.

Schoolkinderen
Een van de belangrijkste redenen voor de groei van de herdenking is dat de jeugd erbij wordt betrokken. Leerlingen uit groep 8 van de basisscholen in Putten krijgen sinds enkele jaren in de aanloop naar de herdenking een lessenserie over de razzia. Ook krijgen ze het boek ”Putten, niet zomaar een dorp”, van schrijfster Else Flim.
Rond 2 oktober zijn er de zogenaamde Scholendag en de Herinneringstocht. Zo’n 350 leerlingen van achttien scholen bezoeken dan vier locaties die belangrijk zijn geweest tijdens de razzia, zoals de Oude Kerk. Daar wordt verteld wat er is gebeurd. „Zo’n verhaal maakt veel indruk op de kinderen. We vragen hen om naar de herdenking te komen en ook hun ouders mee te nemen. Zo blijven ze betrokken”, zegt Van Dompseler.
Dat was vroeger wel anders, herinnert hij zich. De jeugd kreeg toen juist zo min mogelijk te horen. „Ik zat in de jaren 70 op de lagere school en het woord razzia viel daar nooit. Ook niet tijdens de geschiedenislessen over de Tweede Wereldoorlog. Het onderwerp was te pijnlijk om te behandelen. Als stichting willen wij de razzia juist wel onder de aandacht brengen. Het is een deel van je geschiedenis. Dat moet je doorgeven.”
Vrijgelaten
Dat doet de stichting onder meer door de verhalen op te tekenen van de laatste getuigen. Een van hen is Cor Vastenburg (91). Hij verloor zijn vader en zijn broer van 19 jaar door de razzia en wist zelf ternauwernood te ontkomen. De herinneringen aan de gebeurtenissen staan in zijn geheugen gegrift. „Die raak je nooit meer kwijt”, zegt hij.
Op 1 oktober 1944 werd er aan de deur geklopt door de buurman, een Nederlandse politieman. Of hij, zijn vader en zijn broer zich wilden melden bij de Duitsers. „Hij zei dat het alleen ging om een controle van onze Ausweis (identiteitsbewijs). We hebben ons gemeld en werden opgesloten in een schoolgebouw. We waren doodsbang. De volgende dag werd ik vrijgelaten, omdat ik nog maar zestien was en een Ausweis bij me had. Dat was, denk ik, mijn geluk. Leeftijdsgenoten van mij hebben ze niet vrijgelaten.
Mijn vader en broer moesten toen naar de Oude Kerk. Daarvandaan werden ze afgevoerd naar het treinstation in Putten, vanwaar ze in veewagens naar Amersfoort werden gebracht.”

Cor Vastenburg met foto’s van zijn omgekomen vader en broer in het gedenkboek
”Opdat het nageslacht het wete.” Zelf werd hij vrijgelaten. „Ik praat er haast nooit over.”

Verdriet
Vastenburg was net op tijd op het station om zijn vader en broer nog wat beschuit en ontbijtkoek te geven voor onderweg. „Ik heb hen niet meer gesproken, alleen de levensmiddelen meegegeven. Dat is de laatste keer dat ik hen heb gezien.”
Zijn vader overleed binnen twee maanden in het Duitse concentratiekamp Neuengamme, zijn broer enkele maanden later in Bergen-Belsen. Vastenburg herinnert zich niet veel meer van het moment waarop deze boodschap werd gebracht. Alleen dat zijn moeder moest gillen en huilen van verdriet. Ze bleef achter met hem en nog drie kinderen.
Ook vrienden van Vastenburg hadden hun vader, ooms of broers verloren, maar het gemis werd na de oorlog niet tot nauwelijks besproken. Tot op de dag van vandaag mijdt hij het onderwerp het liefst. „Ik praat er haast nooit over. Je schiet er weinig mee op.”
De generaties door
Vastenburg gaat wel elk jaar naar de herdenking. Al valt het hem elke keer weer zwaar. „Ik denk geregeld aan de oorlog, maar in de aanloop naar 1 en 2 oktober komen alle pijnlijke herinneringen des te heftiger naar boven. Toch vind ik het belangrijk om naar de herdenking te gaan, al blijven er helaas steeds minder mensen van mijn generatie over. Straks moeten de nieuwe generaties Puttenaren het maar overnemen.”
Woordvoerder Van Dompseler van Stichting Oktober 44 is ervan overtuigd dat veel jonge Puttenaren betrokken zullen blijven. „Natuurlijk is de impact van de razzia op de nieuwe generaties, die het niet zelf hebben meegemaakt, kleiner. Maar je ziet bijvoorbeeld dat veel kleinkinderen van de generatie van Vastenburg onderzoek doen naar wat hun grootouders hebben meegemaakt, omdat ze er zo weinig van weten. Een traumatische gebeurtenis zoals de razzia heeft misschien wel zijn weerslag op vier of vijf generaties.”

De razzia van Putten
Tijdens de razzia van Putten op 1 en 2 oktober 1944 voerden Duitse en Nederlandse SS’ers 659 mannen weg. Van hen hebben er 552 deze vergeldingsactie niet overleefd.
De aanleiding was een aanslag van het Puttense verzet op een auto van de Duitse Wehrmacht. Als vergelding voerden de bezetters een razzia uit, waarbij ze het grootste deel van de mannelijke beroepsbevolking van Putten arresteerden. De gevangenen verbleven een nachtlang in de Oude Kerk, de dorpsschool of de eierhal.
Voordat ze op transport naar Kamp Amersfoort werden gesteld, sprak ds. C. B. Holland de mannen toe en zongen ze samen Psalm 84:3 en 4. Na een kort verblijf in Amersfoort werden de Puttenaren vervoerd naar concentratiekampen in Duitsland, waaronder Neuengamme. In de kampen zouden velen sterven. Na de oorlog keerden er 48 mannen terug in Putten.

De achtergebleven inwoners moesten het dorp aanvankelijk ook verlaten. Vanuit de verte zagen ze rook en vuur. Toen de Puttenaren terugkwamen, bleken er meer dan honderd huizen door brand verwoest te zijn.
De razzia is de grootste vergeldingsactie die de Duitse bezetter heeft uitgevoerd in Nederland. Er is daarom altijd veel aandacht voor geweest. Op 1 oktober 1949 onthulde koningin Juliana het monument ”De vrouw van Putten”, waar vanaf dat moment jaarlijkse herdenkingen zouden plaatsvinden. Sinds 1992 bevindt zich op loopafstand hiervan de Gedachtenisruimte, ter herinnering aan de razzia.


Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten