Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

 

De Gelderlander 26-09-2009
    
    

Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan. Een groot deel van het Veluwse dorp werd in brand gestoken en vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man. Lena Schelling-Vos redde het dankzij de moestuin die haar echtgenoot met vooruitziende blik had aangelegd.

 

 

 

 

Lena Schelling-Vos was dertig en had vier kleine kinderen toen de Duitsers op 2 oktober 1944 haar man op de trein naar Kamp Amersfoort zetten. Ze heeft hem nooit meer gezien.
Jan Schelling werd in het kamp dertig jaar. Hij was onderwijzer op de lagere school in Hoef, het buurtschap tussen Putten en Nijkerk. Hier pleegde het verzet twee nachten ervoor de aanslag die aanleiding vormde voor de ergste vergeldingsactie door Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland begaan.

Duitse soldaten omsingelden Putten op zondagochtend 1 oktober. Ze klopten op deuren, doorzochten huizen en dreven mannen en vrouwen bijeen in de kerk. Mannen werden voor de kerk als gijzelaar onder schot gehouden.

"Ik ben niet naar de kerk geweest. Ik had net een baby, die was zes weken. En een kindje van 2, een jongetje van 4 en mijn oudste dochtertje moest nog 6 worden", vertelt Lena Schelling, 95 jaar en woonachtig in Bilthoven. "We wisten niet wat zou gebeuren. Ik zag het niet eens erg in, hield het op bangmakerij. Mijn man wel. Hij heeft echt afscheid genomen toen hij naar de kerk moest."

De 81-jarige Jansje Rozendaal-Hogebrug is dan een meisje van 16. Ze heeft de razzia meegemaakt, maar geen familielid verloren. "Ik kom uit een meidengezin en mijn vader was te oud en mijn broer te jong." Ze weet als de dag van gisteren welke gevoelens die middag om voorrang streden bij de gang naar de kerk. "Verschrikking, angst, woede. De schrik van niet weten wat te gebeuren staat, de angst vanwege de onderduiker die we in huis hadden – die gelukkig niet was meegegaan en zich had verstopt – en de woede dat ons zoiets werd aangedaan." Dat verstoppen was niet zonder gevaar. De Duitsers schoten zes mannen en een jonge vrouw die wilde vluchten dood.

In de kerk stonden mitrailleurs op de galerijen. Namen wilden de Duitsers horen. Die werden niet gegeven, ondanks de gijzelaars op het plein. De vrouwen mochten 's avonds gaan. De mannen werden opgesloten in de school en de eierhal achter de kerk. De Duitsers kondigden aan het dorp in brand te steken. Lena Schelling trok in allerijl haar kinderen extra kleren aan, laadde wat ze kan in de diepe kinderwagen en legde de baby bovenop. " Als alles zou verbranden, bleef je met niets achter. Er was niets te koop."

Vrouwen en kinderen trokken het dorp uit en zaten uren langs de kant van de weg, niet wetende waar ze moeten blijven. Schelling vond met tientallen anderen onderdak bij een boer. Van slapen kwam niets. In de verte zagen ze de rook boven Putten. 's Ochtends bleken meer dan honderd woningen in het centrum platgebrand. Het huisje van de Schellings aan de rand van het dorp was gespaard. "We hadden zorg over het lot van de mannen", vertelt Lena Schelling. "Een aantal vrouwen is op de fiets naar het station gegaan en heeft daar hun man nog kunnen zien. Ik kon vanwege de kinderen niet weg."

De Duitsers voerden 660 mannen weg naar Amersfoort en veertien dagen later naar het Duitse concentratiekamp Neuengamme. Van daaruit werden ze over andere kampen verspreid.

"Mijn man heeft in verschillende kampen gezeten", weet Schelling. " Het laatst is hij gezien in Husum in Sleeswijk-Holstein. Vlakbij Ladelund, waar heel veel mannen uit Putten zaten. Meer dan honderd zijn daar begraven. De dominee van Ladelund zorgde daarvoor. Hij noteerde ook alle namen, dus van die mannen is het bekend. Van mijn man niet." De vrouwen van Putten gingen zonder man de hongerwinter in. Jans Rozendaal raakt nog ontroerd als ze vertelt van de vrouw van bakker Van Leeuwen, die zwanger en met een dochtertje van 4 achterbleef met de zorg voor een winkeltje en bakkerij.

"Onze onderduiker – mijn latere zwager – was ook bakker en is na de razzia 's nachts voor haar gaan bakken. Zo had ze in elk geval haar inkomen nog. Met de mannen weg, verloren veel vrouwen hun inkomen. Dat was een punt." Zowel Rozendaal als Schelling herinneren zich de winter van '44 vooral als chaotisch. Schelling komt die door dankzij de groententuin die haar man met vooruitziende blik achter het huis had aangelegd en hulp van de boerenbevolking uit Hoef, die ze daarvoor nog altijd dankbaar is. "Het was heel moeilijk", vertelt ze. "Ik had veel zorgen. Aan de ene kant scheelde het wel dat de kinderen nog klein waren. En ik was sterk." Ze had veel steun aan haar geloof.

Op Hemelvaartsdag 1945 – Canadezen bevrijdden Putten nog voor de capitulatie van de Duitse troepen op 5 mei – las de dominee in de kerk een lijst voor met namen van de mannen die zijn overleden. Die van Jan Schelling was daar niet bij.

Jansje Rozendaal was die avond niet in de kerk. "Mijn zusje en ik waren vroeg naar bed gegaan", zegt ze. "Maar ik hoor nog het snikken van een vrouw die onder ons raam voorbij liep." Bakkersvrouw Van Leeuwen hoorde op een zomerochtend dat haar man overleden is. "Ze liep met haar dikke buik naar ons toe en zei: 'Kees is dood, Kees is dood'. Ze huilde niet, riep het alleen maar. Een paar weken daarna is haar tweede kindje geboren."

Schelling kreeg bericht van een vriend die met haar man in kamp Neuengamme heeft gezeten. "Hij schreef hoe mijn man daar was. Altijd opgewekt en met kerst heeft hij het kerstevangelie nog gebracht. Maar ze hebben het zwaar gehad." Begin april 1944 is Jan Schelling nog in Husum gesignaleerd. Hij was er slecht aan toe. Zijn vrouw verhuisde uiteindelijk terug naar Dordrecht, waar haar familie woonde. Ze ontving een bescheiden uitkering. Jans Rozendaal woont nog steeds in Putten. Zij werd na de oorlog onderwijzeres en stond voor klassen vol kinderen zonder vader. Waar op ouderavonden alleen moeders kwamen. Onderwerp van gesprek was dat verder niet. "Je wist het", zegt ze eenvoudig. "En je wist dat als je over een kind moest praten, moeder het allemaal maar alleen moest redden."
   

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten