Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

Het is nu meer dan 70 jaar geleden dat mijn vader, Nico de Vogel, na de razzia van 1 oktober 1944 uit Putten werd weggevoerd. Hoog tijd dus om mijn herinneringen aan die dagen vast te leggen.

Ik ben geboren in 1930 in Hilversum als eerste kind van nog zeer jonge ouders. In datzelfde jaar kreeg mijn vader een vaste aanstelling als onderwijzer aan de openbare school in Putten, waarheen wij ook dat jaar verhuisden. De school was gelegen op het plein achter de Oude Kerk, destijds de plek waar het drama zich voltrok. Na mij werden nog een meisje en twee jongens geboren, van wie de jongste ten tijde van de razzia zeven jaar was. Voor een jong gezin met vier kinderen was het onderwijzerschap geen vetpot, vandaar dat een deel van ons huis destijds verhuurd was aan evacués uit Den Haag. Een moeder met dochter. Naar later bleek, was de dochter getrouwd met een Duitser.

Op die bewuste dag, zondag 1 oktober 1944, ging mijn vader ’s ochtends de hond uitlaten. Hij liep op pantoffels, omdat hij de avond daarvoor tijdens het verplichte wachtlopen langs de spoorlijn zijn voet had bezeerd. Die ochtend is hij bij het toenmalige gemeentehuis, waar wij dichtbij woonden, opgepakt en ter plekke vastgehouden. De hond werd vrijgelaten en kwam alleen naar huis. Hoe en wanneer het bericht van zijn aanhouden ons bereikt heeft, is uit mijn herinnering verdwenen. Het zal de nadrukkelijke aanwezigheid van soldaten en politie, samen met de geruchtenstroom wel zijn geweest. ‘s Middags gaf mijn moeder gevolg aan de opdracht naar de kerk te komen. Zij heeft haar kinderen, alle vier, netjes aangekleed en heeft daarna de rest van de middag in de steeds voller wordende kerk doorgebracht. Daar werd ons gezegd dat er een aanslag op Duitse officieren was gepleegd. “Laten de daders zich melden” was de steeds herhaalde oproep. Aan het einde van die middag mochten we weer naar huis. Goed en wel thuis kregen we bezoek van twee Duitse soldaten en een Nederlandse politieagent. Het halve huis werd doorzocht en toen zij in het door de evacués bewoonde deel kwamen, protesteerden dezen tegen de zoektocht. Zij vertelden dat zij Rijksduitsers waren. “ Had dat eerder gezegd“ was het commentaar van de soldaten, “dan waren wij hier niet binnen gekomen”. Mijn vader was inmiddels overgebracht naar zijn overvolle school en heeft daar de nacht van zondag op maandag doorgebracht. In de loop van de ochtend werden alle mannen op het marktplein verzameld en bewaakt. Wij gingen later in de ochtend voor de tweede maal met zijn allen naar de kerk, waar de chaos compleet was. Nadat de mannen onder begeleiding waren afgevoerd richting station werden wij vrijgelaten uit de kerk en ging de stoet naar het station. Bij het station aangekomen bleken de mannen al deels de trein ingedreven. Ik zag mijn vader al heel snel, hij was vrij lang en stak boven de anderen uit. Hij riep naar ons “Haal mevrouw Abt(de inwonende evacué) zij kan misschien iets voor mij doen”. Ik als oudste kind, heb een willekeurige fiets gepakt en ben als een gek naar huis gereden. Helaas was het zinloos, zij kon en wilde op dat moment niks doen. Toen ik terugkwam, was de trein vertrokken. Ik heb zodoende nooit afscheid van mijn vader kunnen nemen. Wij werden in angst en onzekerheid achtergelaten.

Het eerste bericht dat wij van hem ontvingen, kwam uit Kamp Amersfoort. Een met potlood op 10 en 11 oktober geschreven brief, vol zorg om ons achtergeblevenen, maar met hem ging het goed! Een tweede bericht, geschreven op 12 oktober, en uit de trein gegooid in Hengelo bereikte ons later via mijn grootouders die destijds in Hengelo woonden. “Wij zijn met 600 Puttenaren op weg naar Duitsland, houd de moed er in” (De originelen van beide brieven zijn nog in mijn bezit). En daarbij bleef het, die hele winter lang. Mijn moeder ging er elke dag op uit om eten voor haar gezin bijeen te schrapen. Aan mij de zorg voor het gezin overlatend. De stille hoop op een terugkeer na de oorlog werd op 10 mei 1945 de bodem ingeslagen, toen de eerste berichten over vaders overlijden ons bereikten via het Rode Kruis.

Landsmeer, maart 2015

Trudy van den Bout-de Vogel

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten