Stichting Oktober 44
  • Oktober 44

    Een aanslag van een verzetgroep bleek voor de bezetter aanleiding tot een vreselijke
    vergeldingsactie...

    Ongeveer 110 huizen werden in brand gestoken...

  • Oktober 44

    Putten was in oktober 1944 het toneel van de ergste wraakactie die Duitsers in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben begaan.

    Vrouwen gingen de hongerwinter in zonder man.

  • Oktober 44

    Een echte, georganiseerde illegaliteit was er niet in Putten in de eerste jaren van de oorlog.

    Pas in 1944 kwamen enkele groepen tot stand.

PUTTEN - Eén ding staat vast, het definitieve hoofdstuk over de razzia van Putten moet nog worden geschreven, stellen Pieter Dekker en Gert van Dompseler van de stichting Oktober 44.


Het verhaal van Ermeloër Gert van Emous over de miraculeuze vrijlating van zijn vader Jan van Emous op 11 oktober 1944 uit 'Polizeiliches Durchgangslager' Amersfoort hebben ze met buitengewone interesse en precisie bestudeerd. Net als Evert de Graaf van de stichting komen ze tot de conclusie dat het niet onmogelijk is dat de Putter mannen die zijn vrijgelaten hun leven te danken hebben aan het doorspelen van informatie over de aanslagplegers en of hun onderduikadressen. "Maar erg aannemelijk is het niet", stelt Gert van Dompseler, beheerder van de gedachtenisruimte in Putten.

Aanslag
De aanslag op twee Duitse officieren en twee onderofficieren vond plaats in de nacht van 30 september op 1 oktober 1944. "De volgende dag, de bewuste zondagavond, zat de Oude Kerk vol met de opgetrommelde Puttense mannelijke bevolking. Duitsers liepen met pistolen en geweren door de gangen. Een van de daders, Willem van Heesen, zat ook in de kerk. De Duitsers wilden maar één ding weten. Wie had het gedaan?"

Zwijgen
Jan van Emous zat ook in de kerk. Er was niemand die de bezetter de gevraagde informatie gaf. De dag erop, maandag op het Marktplein was er nog meer kans om informatie over het de aanslagplegers, een club van acht mannen, door te spelen. "De Duitsers namen mensen namelijk apart mee naar het politiebureau op de Poll voor verhoor", vervolgt Van Dompseler. Ook toen werd de bezetter niets wijzer. Als er al mannen waren die het verzet haatten en de verzetplegers kenden, dan was het met andere woorden volgens Dompseler al op 1 en 2 oktober de gelegenheid om de Duitsers terwille te zijn. "Dat is niet gebeurd."

Transportlijsten
Secretaris van de Stichting Pieter Dekker pakt de originele Duitse transportlijsten erbij. Op de lijst van Putter mannen die op transport zijn gezet naar Neuengamme staat een streep door de naam van Jan van Emous, 54 andere namen zijn eveneens doorgestreept. Op een andere lijst is te zien dat Jan van Emous op 11 oktober is vrijgelaten uit Kamp Amersfoort.

Gesprek
Het is tot nu toe altijd speculatief geweest waaraan de mannen hun leven te danken hebben. Gert van Emous, die aan een boek werkt over de razzia, stelt het met 'aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te weten'. In 1962, op het sterfbed van zijn vader, vangt hij een gesprek op. "Ik herinner mij een gesprek dat pa voerde met ene Jan die samen met hem in Kamp Amersfoort heeft gezeten. Ik concludeerde dat zij beiden veel speurwerk hadden verricht om er achter te komen wie de aanslag in oktober 1944 hadden gepleegd en wat het schuiladres van die ondergedoken illegale vrijbuitersbende was. Er werd ook steeds de naam van meester K. genoemd, die kennelijk de leiding had van hun groepje speurders in het kamp en hun informanten. (..)
De bezoeker vroeg aan pa zonder enige verder inleiding: Jan, kan je wel rustig en bevrijd sterven met jouw niet onbelangrijk zware belastende druk op je ziel." Het antwoord van Jan van Emous, die niets van het verzet moest weten, was kortheidshalve dat hij dat bij leven kon en ook in zijn stervensuur. De conclusie die Gert van Emous trekt is dat Jan van Emous heeft meegewerkt met het kampcommando in Amersfoort.

Reconstructie
Gert van Dompseler en Pieter Dekker reconstrueren uit de lijst van de 58 namen wie die Jan geweest moet zijn. Er waren twee mannen die vrijgelaten zijn, en Jan heetten. Jan Koelewijn, maar deze kan het niet zijn geweest omdat Van Emous over Koelewijn sprak.

Van Dompseler en Dekker hebben nog een andere Jan gevonden uit de lijst van 58 vrij gekomen mannen. "Jan Verhoef. Van die Jan Verhoef weten we dat hij minderbegaafd was en dat hij op 12 oktober is vrijgelaten, één dag na het grote transport naar Duitsland van in totaal 1439 mannen dat op 11 oktober plaatsvond."

Waarom Verhoef de dans ontsprongen is? Hoogstwaarschijnlijk was hij in de ogen van de Duitsers domweg niet geschikt om te werk gesteld te worden. Feit is dat Verhoef op 2 januari 1972 is overleden. Hij had dus een gesprek met Jan van Emous kunnen voeren. Het is echter wel de vraag of een minderbegaafde in 1962 zo'n ethisch en principieel gesprek voert.

Verraad
Uitsluiten doen Van Dompseler en Dekker de lezing van Van Emous niet op voorhand. Feit is echter dat niemand van de aanslagplegers is opgepakt na de razzia van 1 en 2 oktober 1944 of na de eventuele ontboezemingen in kamp Amersfoort van gevangen genomen Puttenaren. "Een van de aanslagplegers, Pieter Oostenbroek, is na de oorlog zelfs in de gemeenteraad van Putten gekomen voor de Communistische Partij Nederland", toont Van Dompseler. Ook de sinds 1940 in Putten wonende Christiaan E.D. Helsdingen, een ander uit de groep van acht, is er niet bijgelapt.

Rode Kruis
Als er dus al informatie aan de bezetter is doorgespeeld in Kamp Amersfoort, is die niet waardevol gebleken. Het blijft echter de vraag waarom 58 mannen de dans zijn ontsprongen. Er bestaan meerdere aannames.. "Eén daarvan komt van Loes van Overeem, hoofd van de Dienst Bijzondere Hulpverlening van het Nederlandse Rode Kruis. Zij heeft gesteld dat door haar toedoen 55 mannen zijn vrijgekomen. Pieter Dekker: "Ook in dat verhaal kan een kern van waarheid zitten. Wat wij doen, is beweringen staven aan feiten. Dan komen we tot de ontdekking dat de genoemde aantallen niet kloppen. Feit is dat er 39 mannen zijn vrijgelaten na die keuring, geen 55."

Een ander plaatselijke figuur die heeft geprobeerd de Putter mannen te sparen voor deportatie is Schaepman. Die heeft een lijst opgesteld met circa twintig namen van mannen die op grond van ouderdom, grote gezinnen en gezondheid dienden te worden ontzien. Of die lijst beslissend was? Ook niet, in het nieuwe gedenkboek laat Stichting Oktober 44 zien dat dit verhaal jaren lang onjuist is verteld.

Feitenonderzoek
Dekker en Van Dompseler analyseren de lezingen die licht kunnen werpen op het geheim van Putten met het instrumentarium van wetenschappers. "Tel je de aantallen op die gered zouden zijn door de lijst Schaapman, de rol van Loes van Overeem en het verraad van Van Emous, dan kom je op een aantal van meer dan tachtig mannen. In werkelijkheid zijn er 58 mannen vrijgekomen."

Dat wil niet zeggen dat de lezingen onjuist zijn. Maar ze dienen gestaafd te worden met meer feitenmateriaal. Als het op de oorlog aankomt, heeft iedereen zijn eigen verhaal. En vaak gaan die een eigen leven leiden, is de ervaring van Van Dompseler en Dekker.

Nieuw Gedenkboek
Hoe dan ook, Pieter Dekker en Gert van Dompseler hebben als taak op zich genomen om een nieuw Gedenkboek te schrijven inclusief het ontbrekende hoofdstuk van de vrijlating uit Kamp Amersfoort. Het streven is om dat verhaal voor 2 oktober 2013, de dag van de jaarlijkse herdenking in Putten, op schrift te hebben. De hoop van Dekker en van Dompseler is dat Van Emous, die ook een boek aan het schrijven is, met aanvullende informatie komt, laat Dekker weten. Jan van Emous behoorde tot een groepje van tien mannen die zijn vrijgelaten in een reeks van meerdere vrijlatingen. "Cruciaal zijn de namen van de tien mannen waartoe zijn vader behoorde die zijn vrijgelaten. Hopelijk bestaat er een dagboek of ander materiaal om de waarheid boven tafel te krijgen."

Vrij
Het is alsof Jan van Emous al wist dat die vraag zou komen. Thuis in Ermelo vist hij een document uit de la die via contacten bij het NIOD en 'Oorlogsnazorg van het Nederlandse Rode Kruis' is opgesteld. "Dit zijn de namen uit het groepje van tien waarin mijn vader zat", zegt hij. Geduldig noemt hij de namen en de geboortedata en de beroepen. "Jan Koelewijn, geboren op 2 juni 1906 in Bunschoten, hoofdleraar te Putten. Gerrit Koopman, geboren op 21 mei in 1925, landbouwer te Putten. Hij was de jongste. Gerrit Kroon, geboren in 1944 in Nijkerk, landbouwer, Alidaan Kuiper, geboren op 21 augustus 1899 in Putten, beheerder van beroep. Evert van 't Land, geboren op 7 februari 1908 in Ermelo, eveneens landbouwer. Hendrikus J. Schut, geboren op 9 oktober 1898 te Putten in Putten, timmerman." De lijst bestaat uit zeven namen, met die van zijn vader erbij.

Hoe dan ook, de conclusie die Van Emous trekt is dat het om relatief jonge mannen gaat. "Niet om oude of zieke mannen en ook niet om mannen met grote gezinnen." Hij laat zich dan ook niet uit het veld slaan door de opvatting dat verraad een onwaarschijnlijke reden van vrijlating is geweest.

Rest nog wel de vraag wie dan die Jan is geweest die op het sterfbed met Jan van Emous terugblikte op de tien dagen in Kamp Amersfoort. "Dat is dan Evert van 't Land geweest, de landbouwer uit Bijsteren", stelt de 75-jarige Van Emous. Ik moet me hebben vergist in de voornaam.

Roman
Gert van Emous gebruikt zijn tijd voor het voltooien van de Roman 'Roos' met als ondertitel 'Vijf wijze en vijf dwaze knapen van Putten, mijn geliefde dorp aan het Veluwerandmeer met zijn trauma's van zijn oorlogsverleden'. Hij wil het binnen twee jaar voltooien.


Ook de stichting Oktober 44 vecht tegen de tijd om het definitieve Gedenkboek te schrijven. Of het miraculeuze verhaal van de vrijlating precies wordt ontrafeld, is ongewis. De bezetter was in het bijhouden van transportlijsten bijzonder punctueel. "Maar de Duitsers hebben nooit kenbaar gemaakt wat hun selectie-criteria waren", heeft vice-voorzitter Evert de Graaf al eerder gememoreerd.

Het Rijks Instituut voor Oorlogs Documentatie onder leiding van J.P. Wildschut is er niet uitgekomen en Oorlogsnazorg, het bureau voor opsporing van vermiste militairen en burgers, ook niet. "Waarom ze werden ontslagen, kan ik nergens uit afleiden", stelt Victor Laurentius van bureau Oorlogsnazorg.

 

 

bron de Stentor 15-10-2012

Stichting Oktober 44, Midden Engweg 1, 3882 TS Putten